Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Ik denk niet dat ik een goede kok ben. Tenminste als je de eetbladen en glossy's moet geloven. Ten eerste is een goede kok vooral jong. Een beetje chef-kok is niet ouder dan een jaar of vijfentwintig en heeft al tien jaar ervaring. Waarvan negen jaar in niet te beste eetcafés en een jaar als leerling in een sterrenrestaurant, waar hij meteen even alle receptuur gepikt heeft. Een goede kok heeft ook overal verstand van. Hij bakt zijn brood beter dan de beste bakker. Hij gaat persoonlijk voor dag en dauw naar de versmarkt en zoekt eigenhandig naar dat ene perfecte bloemkooltje en het mooiste bosje peterselie. Daarna rijdt hij met zijn geleasde spacewagon naar de visafslag en becommentarieert daar de vis omdat de kwaliteit hem niet aanstaat. Dan laadt hij een kistje kweekzalmen en wat kabeljauwen in en vertrekt naar huis. Onderweg wordt de plaatselijke visstroper even aangedaan voor een paar lokaal gevangen snoekbaarzen. Terug in de keuken hangt hij direct aan de telefoon om de slager verrot te schelden omdat de geleverde biefstukken tien gram te zwaar zijn. Dan trekt hij zijn koksbuis aan en zet zijn keukenslaven aan het werk. Scheldt en passant nog een leerling de huid vol, die meteen aan een andere carrière, dan die van kok, gaat denken. Vervolgens stapt hij opnieuw zijn auto in en vertrekt naar een schapenboer in een omliggend dorpje en gaan ze samen het nog levende lamsvlees uitzoeken. De schapen schrikken zich wezenloos van zo'n vent in kokskleding in hun weiland, dus die gaan direct rennen. De boer neemt de kok mee naar huis, schenkt hem een cognacje in en verkoopt hem twee veel te dure lammetjes. Daarna heeft hij een afspraak met iemand van de rotary, die een dinertje in zijn restaurant wil organiseren. Het mag uiteraard niet te duur. Maar de kok, die zelf graag lid wil worden van zo'n serviceclubje, regelt het wel en neemt met minder nettowinst genoegen. Als je ergens graag bij wilt horen moet je investeren. Als je de goeie vriendjes hebt en bij de juiste clubjes zit, verdient de investering zich vanzelf weer terug. 's Avonds loopt hij langs de tafeltjes en maakt even een praatje met de mensen die belangrijk voor hem kunnen zijn. Iedereen roemt zijn kookkunst, maar bij het geringste klachtje snelt hij naar de keuken en gaat daar over de rooie tegen zijn keukenbrigade. Vriendelijk glimlachend komt hij vervolgens de restaurantzaal weer binnen in zijn modieuze kokspak. Niks ruitjesbroek en buis met zwarte knoopjes. Een goede kok draagt een kleurige design clownsbroek met daarboven een snelgesneden buis met geintegreerde knoopjes en zwarte of rode manchetten en kraagje. Maar het belangrijkste is dat zijn naam op die koksjas staat. In grote kleurige letters. Uiteraard de naam van het restaurant, maar vooral ook zijn eigen naam. Dan kunnen de gasten tenminste zien dat hij een goede kok is, mochten ze het aan het eten niet kunnen proeven. En op dagen dat zijn restaurant gesloten is, gaat een goede kok bij een collega eten. Soms bij een collega die beter is dan hij zelf. Of soms zelfs een sterretje heeft. Die noemt hij zijn vriend. Maar meestal gaat een goede kok bij een mindere collega eten om zo weer overtuigd te raken van zijn eigen grote kunnen. Zo is een goede kok vierentwintig uur per dag en iedere dag van de week met zijn vak bezig. Hij heeft geen tijd om een boek te lezen of voor een theatervoorstelling. En ook aan sociale contacten komt hij niet toe, behalve wanneer hij zijn er voordeel mee kan doen. En hij is trots op zijn gedrevenheid en laat dat iedereen graag weten. Ik weet het nu wel zeker, ik ben geen goede kok. Ik ga alleen eten bij collega's die ik aardig vind. Ik doe geen boodschappen maar hang per dag vijf minuten aan de telefoon om mijn spulletjes in huis te krijgen. Ik heb gewoon een wit koksjasje aan met zwarte knoopjes zonder mijn naam erop geborduurd. Ik ga niet bij de tafeltjes langs om de gasten te vleien en ik ben geen lid van een serviceclub. Daardoor heb ik tijd zat om boeken te lezen en lullige stukjes in blaadjes te schrijven. Maar het feit dat ik niet meer jong ben, heeft de doorslag gegeven. Ik denk dat ik maar met pensioen ga.