Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Twintig jaar geleden verloor ik mijn onschuld. Op 6 december 1985 precies gezegd. Ik was me daar toen niet van bewust omdat ik met mijn hoofd in een roze wolk liep want die dag opende ik mijn restaurant. Mijn grote droom was uitgekomen, een eigen restaurant. Binnen korte tijd zou ik aanbeden worden door mijn gasten en zou ik de culinaire groupies als vliegen van me af moeten slaan. Zingend roerde ik die dag voor het eerst in mijn eigen pannen, onbewust van het feit dat de roze wolk veranderen zou in een donderwolk van enorme omvang. Jong, slank en nog met al mijn haar stond ik de sterren van de hemel te koken. Wie deed me wat, ik was verwaand, eigengereid en kookte precies de dingen die ik zelf interessant vond. De klanten zouden toch wel komen. Dat deden ze dan ook wel, tenminste de eerste weken. Toen iedereen, die in deze stad met enige regelmaat uit eten gaat, geweest was verdween mijn euforie lichtelijk. Verwonderd constateerde ik dat er avonden bij zaten waarop niet alle tafeltjes bezet waren. Soms waren er zelfs avonden dat er helemaal niemand kwam, zelfs niet als ik tot elf uur bleef wachten voordat ik het fornuis uit deed. Dat was toch raar, zulk lekker eten en dan geen mensen in je tent. Maar eigenlijk was het ook niet zo erg, immers, hoe minder mensen bij me kwamen eten des te lekkerder zat ik zelf te eten. Dingen die je anders weg moest gooien, ze waren immers niet houdbaar, zoals kreeft, eendenlever, hertenbiefstuk en zeeduivel, werden dagelijkse kost voor mij. Alles rijkelijk besproeid met wijn. Veel, meer of minder vage, kennissen kwamen na sluitingstijd, als ik zelf zat te eten, langs. Belangstellend vroegen ze of ik nog wat te doen gehad had, waarop mijn ontkennend antwoord volgde en de vraag of ze een vorkje mee prikten van de kreeftenragout en misschien een glaasje wijn wilden. Vaak had ik na sluitingstijd meer gasten aan tafel dan in de uren dat het restaurant open was. Dat veranderde toen de eerste blauwe brieven van de belasting op de mat vielen. Shit, dat was toch niet normaal, gewone belasting, naheffingen, boetes, er kwam geen eind aan. Dan nog instanties als gemeente, het bedrijfschap, de BUMA STEMRA, allemaal moesten ze geld. En uiteraard de leveranciers, waar ik nog steeds rijkelijk bestelde, moesten hun geld hebben. Ik moest aan die Amerikaanse restauranthouder denken die ooit memoreerde: 'om met een restaurant een klein fortuin te verdienen, heb je een gigantisch fortuin nodig.' De man had gelijk. Mijn spaarcentjes die ik in loondienst met hard werken bij elkaar had verdiend, verdwenen als sneeuw voor de zon. Toen ik me daarna in veel bochten moest wringen omdat ik geen geld had om een kapotte koelwerkbank te vervangen verdween het laatst stukje roze uit de wolk. Van nu af aan was de wolk donkergrijs of zwart. Het was natuurlijk niet mijn schuld, het was de schuld van al die lui in deze stad die niet van lekker eten hielden. Die het verschil niet zagen tussen eetcafévoer en de spannende culinaire hoogstandjes die ze bij mij konden eten. De meeste van mijn vrienden die 's avonds laat kwamen mee-eten bleven weg toen ik na een fles wijn geen nieuwe meer ontkurkte. Daardoor had ik 's avonds ineens veel meer tijd om de kroeg in te gaan. En als ik als laatst uit de kroeg gezet was ging ik nog even langs een cafetaria voor frikadellen en patatje met joppiesaus. Nadat mijn vriendin me enkele maanden ieder ochtend met pindasaus besmeurd ronkend op de bank had gevonden ging ze terug naar haar moeder. Ook de volgende relaties die zich voordeden waren geen succes maar ik werd wel een groot kenner van het vrouwelijke gedachtengoed en anatomie. Ook deed ik heel veel kennissen op tijdens mijn nachtelijke escapades in Liwwadden, die me allemaal vertelden dat ze zo verschrikkelijk nodig weer eens bij me moesten eten, dat het al weer veel te lang geleden was en ja, ze lustten nog wel een drankje. De roze wolk van 20 jaar geleden is allang verdwenen en af en toe denk ik nog wel eens aan die tijd toen ik nog zo naïef was om te menen dat je met een restaurant vanzelf gelukkig werd en ik nog geen kalende en dikbuikige man van middelbare leeftijd en zonder geld was. Slechts twee dingen zijn in die 20 jaar niet veranderd. Ik ben de persoon die iedere dag van alle Liwwadders het lekkerste eet en de wijn is nooit op.