Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje


Mijn voorliefde voor vrouwen is zo langzamerhand wel bekend bij de lezers van dit informatieve blad. Het liefst mollig en rond en als het kan ook sterk. Vrouwen met overwicht en overgewicht. En diep in mijn hart wil ik ook graag dat ze een uniform dragen. Geen postbode-uniform natuurlijk, maar iets van een verpleegsterpakje, met van die doorzichtige rokken en niet van die seksloze broeken die ik verpleegsters zag dragen tijdens mijn laatste bezoek aan het MCL. En echt spannend vind ik een mollige vrouw in een politie-uniform. Het blauwe rokje of broek strak gespannen over een paar dikke billen waar achteloos een paar handboeien op schommelen en daar boven een te kort tuniekje. Het bonnenboekje in aanslag en klaar om een ieder in de houdgreep te nemen. Heerlijk! Nu is mijn vriendin redelijk mollig en om een geheime droom te verwezenlijken heb ik een keer in de Kleine Hoogstraat een politie-uniform van het kostuum verhuurbedrijf gehaald. Ze hadden helaas alleen politie-uniformen voor mannen, maar dat bleek achteraf niet erg; mijn vriendin weigerde het toch aan te doen. Maar ik gaf de moed niet op en toog naar Christine le Duc om daar dan maar wat onderdelen van zo'n uniform te halen. Handboeien natuurlijk, een wapenstok en een leren pet. Ook die dingen vielen niet in goede aarde bij mijn geliefde zodat ik ze nu voor 10 euro op Marktplaats.nl heb aangeboden. Er is nog geen bod op geweest, dus grijp je kans. Voor de droom moest ik echter wat anders proberen. Opeens schoot me een geweldig idee te binnen; ik laat me door een echte politievrouw preventief fouilleren. Nadat ik wat informatie had gewonnen kwam ik er achter dat de politie meestal op vrijdagavond preventief fouilleert om de stad veiliger te maken. Dus ging ik de eerstvolgende vrijdag na het werk de stad in. Eerst maar richting Grote Hoogstraat. Ik dronk een paar biertjes in Mukkes en vroeg aan de barman of hij wist of de politie ook een fouilleeractie had. Hoezo, wilde deze weten, heb je soms een mes of drugs bij je, want dan ga je er hier ook uit. Ik betaalde en liep richting Ierse pub. Ook al geen politie te zien. Dus maar de Weerd door en richting Doelesteeg en Ruiterskwartier gelopen. Nergens politie. Ik kreeg flink de pest in en bovendien honger. Terwijl ik in mijn Febokroket stond te happen reed er ineens een politiewagen voorbij. Ik rende naar buiten, maar zag alleen maar de achterlichten. Ik besloot het voor gezien te houden, naar huis te gaan de hond uit te laten. Een half uurtje later kuierden de hond en ik over de Voorstreek richting Tuinen. En verdomd, daar stonden ze. Een groepje van een stuk of acht politiemannen en vrouwen die de spaarzame passanten aanhielden en fouilleerden. De avond kon toch nog goed komen. Op een drafje rende ik er naar toe, mijn oude teef achter me aan sleurend. Een minuut later werd ik inderdaad aangehouden. Hoera. Mogen wij u prefentief fouileren mijnheer, vroeg een politieman me beleefd. Graag, zei ik, mag zij het doen, en ik wees op zijn mollige vrouwelijke collega. Geen grappen, zei de politieman ineens een stuk minder beleefd. Wat zit er in die plastictas, wilde hij weten. Stront, antwoordde ik naar waarheid. Dit antwoord beviel hem helemaal niet, maar hij kreeg pas echt de pest in toen hij merkte dat het klopte. Ik wil geen bekeuring voor hondepoep op straat, zei ik nog. Maar ik werd tegen de muur gezet en voelde harde handen langs mijn lijf glijden. Dit was toch niet helemaal waarvoor ik die avond op stap was gegaan. Mijn Laguiole zakmes had hij al snel gevonden. U krijgt een bekeuring omdat u een steekwapen op zak heeft, zei de politieman. Dat is geen steekwapen, zei ik, dat is een steakmes. Heb jij hier in de stad als je in een restaurant een biefstuk eet, weleens een fatsoenlijk mes gekregen? Ik niet, alleen in mijn eigen restaurant krijg je een mes zonder karteltjes om je biefstuk te snijden. Ik eet nooit buiten de deur, antwoorde hij chagerijnig en gaf mijn mooie mes aan een collega. Naast mij stond op dat moment een mevrouw van een jaar of zestig die door de controlerende politiemensen van haar fiets was gehaald. En zij werd wel door dat lekkere stuk gefouilleerd. Ik baalde als een stekker. Waarom zo'n oude trut wel en ik niet. Gelukkig vond het spannende politielekkertje bij haar een busje pepperspray en ze moest mee naar het bureau op de Holstmeerweg. Haar argument dat ze zich niet veilig voelde wanneer ze met de dagomzet van haar bedrijfje midden in de nacht naar huis fietste, maakte gelukkig geen indruk. Ze werd gewoon afgevoerd in een politieauto. Eigen schuld, dikke bult. Eerst de stad onveilig maken met een geblutst busje pepperspray en dan zich godsamme ook nog eens een beetje laten fouilleren door mijn politiestuk. Zo wandelde ik, ondanks dat mijn uiteindelijke missie van die avond een beetje in het water was gevallen, toch met een goed gevoel naar huis.