Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje
Rode wijn met frikandel.

Op een avond na het werk liep ik door de stad om ergens nog een wijntje te scoren.
Toen ik langs het restaurant van een bevriende collega liep, bleek er achter in de
zaak nog een lichtje te branden. Ik ging naar binnen en zag hem, nog in koksjas,
ietwat mistroostig alleen aan een tafeltje zitten. Kom erbij, nodigde hij en schonk
een glaasje rood in. En zoals bij alle koks kwam ons gesprek, na de onderwerpen
drank, stappen en vrouwen, uit op onze restaurants en de geachte clientèle.
"Ik snap niks van die Liwwadders", barstte hij uit. "Wat kunnen die lui toch
zeiken. Altijd is het te duur, te vreemd en moeten ze te lang wachten. En vinden
ze het wel leuk en lekker bij je, dan doen ze alsof ze aandelen in de zaak
hebben. Dan kom je aan tafel om te vragen of alles naar wens is, gaan ze je
vertellen hoe je dat betreffende gerecht nog beter zou kunnen maken en dat
ze dat thuis ook regelmatig doen. Net alsof ik niet weet waar ik mee bezig
ben. En het ergste zijn de Liwwadders die recepten voor je meenemen, meestal
gekopiëerd uit een achterlijk blad als de Libelle of nog erger, de Tip Culinair.
Vaak een exemplaar van drie jaar geleden, dat ze in de wachtkamer van hun
psycholoog of verloskundige hebben gevonden. En die bladen zijn toch al
vaak tien jaar achterop bij de kooktrends van nu. Ik lees toch de vakbladen".
De ergernis spatte uit zijn ogen. Ik knikte om hem gelijk te geven en schonk
onze glazen nog maar eens vol. Hij dronk in één teug het halve glas leeg en
ging verder met zijn tirade. "Laatst zat hier een stel, aardige mensen overigens,
te vertellen dat ze een super-de-luxe keuken gekocht hadden, alles erop en eraan.
Een week later kwam ik de vrouwelijke helft op de markt tegen.  Ze had net een
messenset gekocht voor de nieuwe keuken: zeven messen in een houten kistje
voor vijfentwintig gulden. En wat ik ervan vond. Nou, je kunt wel nagaan. Zo'n
koopman verdient er toch wel een tientje aan. Hou je vijftien gulden over.
Als je dan het kistje, het vervoer uit één of ander Aziatisch land en de
produktiekosten er nog af rekent, hou je zeven messen over van een kwartje
per stuk. En die liggen dan in een lade in een keuken van vijftig mille. Maar weet je,
toen ik haar dit voorrekende, werd ze pissig. Ze zijn ook nooit meer wezen
eten". Hij hield de fles nog eens boven zijn glas, maar deze bleek leeg.
"Gelukkig zitten we als restauranthouder hier nooit zonder", verzuchtte hij
en liep naar de bar voor een vol exemplaar. Achter de bar ging hij verder:
"Weet je waar ik ook zo de pest aan heb? De Liwwadders van zo rond de
dertig. Je gelooft het toch niet. Drie keer per jaar op vakantie. Diepzee-
duiken in de Caribean, kameelrijden in de Sahara en een overlevingstocht
door Oezbekistan, alles voor het avontuur. En daartussendoor moeten ze
nog skydiven, bungeejumpen en parachutespringen voor de kick. En als dat
volk hier dan komt eten, zitten ze te zeuren om stokbrood met kruiden-
boter en vragen of de cantharellen vervangen kunnen worden door
champignons, want ze weten niet of ze wel cantharellen lusten. Als ze uit
eten gaan is ieder avontuur teveel. Durven ze alleen smaakjes te proeven
die ze ook thuis in hun kant-en-klare magnetronmaaltijden vinden. Ik
mompelde dat dat toch wel een beetje meeviel. Mijn glas was intussen
weer volgeschonken. "Ja", zei hij,"moet je luisteren. Belden ze me op of
ik wilde adverteren in een nieuwe stadsgids. Ik stemde toe en een paar
weken geleden lag er een exemplaar op de mat. En wat lees ik: de samen-
steller vermeldt, dat hij de entrecôtes in één of ander eetcafé het
lekkerst vindt. En wij maar creatief koken, terwijl de toeristen blijven
denken, dat je je in Leeuwarden aan niets anders moet wagen dan aan
entrecôtes. Zo wordt het toch nooit wat."
"Heb je niet iets te eten?" vroeg ik, want zo 's nachts krijg je van al
die rode wijn wel trek. Hij verdween in de keuken en kwam na een
poosje terug met een schaal frikandellen. "Trek jij nog even een
flesje wijn open", zei mijn collega-kok. En zo zaten wij nog een uurtje
met wijn en frikandellen. "Jammer dat je geen pindasaus hebt",
zuchtte ik na drie exemplaren. Ja, topkoks maken lange dagen.