Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

De hoofdredacteur van dit illustere blad had eindelijk eens iets leuks voor me in petto. Ik mocht verslag doen van een kookcursus in Frankrijk. Een van de organisatoren van deze cursus had hem gevraagd of er een promotie-artikeltje over geschreven kon worden. De hoofdredacteur had zelf geen tijd om naar La Douce France af te reizen, die had nog een honderdjarige te interviewen en een paar lullige stukjes over plaatselijke politici te schrijven. Daarom mocht ik naar Frankrijk. De cursus werd aangeboden en de reiskosten moest ik zelf betalen zodat het al met al weer een goedkope bladvulling kon worden. En zo stonden mijn vrouw en dochter met betraande gezichten me op een vroege vrijdagochtend uit te zwaaien, terwijl ik mijn bestelbusje de straat uitreed. Na dat ik een benauwd uurtje op de Parijse Peripherique had mee gemaakt en daarna om een of andere duistere reden vier keer de Loire was overgestoken kwam ik na een halve dag aan op de boerderij in de Bourgogne waar de cursus gegeven werd. Mijn zeven medecursisten trof ik onder een oude hooikap, zittende aan een rosétje en aan hun rooie hoofden te zien deden ze dat ook al een mooie poos. We hadden je een paar uren eerder verwacht, begroette de cursusleidster me, een mollige Hollandse van het type 'waag me niet tegen te spreken', toen ik met knikkende knieën uit de bestelbus stapte. Ik mompelde wat van 'verkeerd gereden' en 'ik kom eigenlijk alleen maar een stukje schrijven'. Maar ze luisterde niet eens. Na een snel flesje Kronenbourg werd ik aan tafel geboden terwijl mijn medecursisten het eten dat ze die middag gebrouwen hadden op tafel zetten. Ik vond het brood het lekkerst maar dat was gemaakt van een mix die ze uit Nederland hadden meegenomen en die ter plekke in de elektrische broodmachine gegooid was, vertelde een vrouw van een jaar of vijftig me, terwijl ze een hap deed van het gerecht, waarvan ik al een klein stukje had geproefd maar meteen weer uit mijn mond genomen had omdat het volgens mij een beetje bedorven was. Dat heet tripes, zei ze, gestoofde runderpens. Heel erg Frans. Die avond at ik ook voor het eerst kaas met een lepeltje. De geur deed me een beetje denken aan de tripes van daarvoor. Maar dat hoorde zo kreeg ik van een besnorde medecursist, die aan het tempo te zien waarmee hij zijn glaasjes leegde klaarblijkelijk ook veel verstand van rode wijn had, te horen. Rijpe kazen hebben een sterke geur en ze moeten van het bord weglopen. Nou dat klopte wel. Gelukkig was het een klein stukje, anders had ik die vloeibare meurende massa nooit op mijn lepeltje kunnen houden. Het toetje was een puddinkje van het soort dat ik ook wel eens thuis in de supermarkt koop. Gelukkig stonden er veel kartonnen rode wijn waarmee ik de Franse smaakjes ruimschoots weg kon spoelen. Na de koffie met een door de boerderijeigenaar gestookte drank waar een olifant nog van zou omvallen, gingen mijn mede cursisten naar de schuur van de boerderij waar een paar van die typisch Franse bedden stonden. Het type bed dat me altijd doet denken aan Markies de Sade. Zelf ging ik, onder het mom van ik moet nog wat schrijven, op een matras in het bestelbusje slapen. De volgende dag werd er om een uur of acht luid op een lege pan geslagen. We moesten opstaan want er was er een druk programma voor ons geregeld. We moesten voorbereidingen doen voor de lunch en het diner van die dag. Een paar van de cursisten onder wie ik, wurmden zich in het minibusje van de cursusleidster terwijl de overigen de vuile spullen van het diner van de vorige avond moesten afwassen en geacht werden enige trossen knoflook en een zak uien te pellen. Nu had ik in mijn achterhoofd het idee dat in Frankrijk iedereen zijn inkopen doet bij plaatselijke bakkertjes, slagertjes en lokale groenteboertjes, maar niets is minder waar. Na twintig minuten scheurde het minibusje de parkeerplaats van een Jumbosupermarkt op. In sneltreinvaart werden we door de cursusleidster met twee grote winkelkarren de grote super doorgejaagd. De karren werden volgeladen met verpakt vlees, gesealde groentes, kippen op plastic schaaltjes, voorverpakte kazen en stokbroden die al enkele uren in grote stellingen stonden en daardoor een beetje slof aanvoelden. Heel praktisch allemaal maar nou niet bepaald het romantische beeld dat ik voor ogen had. Terug op de boerderij was het mijn taak pitten uit enkele honderden kersen te halen die later in de 'clafoutis au cerises' verwerkt zouden worden Een soort taart waarvan ze de bodem vergeten waren. Toen de kersen klaar waren kreeg ik door de cursusleidster een grote zak boontjes toegeschoven. Afhalen, beval ze. Ik durfde niet tegen te spreken, maar dit was wel het moment dat ik een beetje genoeg kreeg van de authentieke Bourgondische keuken. Ik meldde de cursusleidster dat ik geen tijd had om de rest van dit leerzame programma mee te maken en dat ik de volgende ochtend vroeg weer terug naar Nederland moest. De Loire hoefde ik op de terugreis maar één keer over te steken en in Leeuwarden werd ik, ditmaal zonder tranen, begroet met de warme woorden: 'Je moet maar even wat voor je zelf koken want wij hebben al gegeten." Ach, zei ik, ik ga wel even een pizza halen. De Italiaanse keuken spreekt me sowieso meer aan dan de Franse..