Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje


Normen

Op een druilerige dinsdagmiddag stonden ze voor de deur. Twee druilerige mannen in lange regenjassen. Terwijl ik twee slappe handjes schudde, stelden ze zich aan me voor: mijnheer Krielkip en mijnheer Kopspijker. Ze bleken van de belastingdienst te zijn. De heer Krielkip had een boekencontrôle uitgevoerd.
Kopspijker bleek mijn klantmanager te zijn. Nou, dat was een hele verrassing. Ik wist niet eens dat ik die had. Maar hij was het al jaren, zo verzekerde hij mij.
 Ook bleek hij de specialist bij de belasting te zijn die over de horeca ging. Gezellig, dacht ik, lekker een beetje naar de kroeg en een paar keer in de week uit eten. Maar Kopspijker bleek alleen beroepshalve de horecagelegenheden te bezoeken. Ja,hij had wel een paar keer bij een Van der Valkrestaurant gegeten en op kantoor lieten ze wel eens  een pizza bezorgen als ze moesten overwerken. En ieder jaar in november kocht hij het blad Lekker. Dan ben je geheel op de hoogte van het horecagebeuren, zo zei hij.
Eerst dacht ik nog dat hij een grapje maakte, maar zijn gezicht bleef ernstig. Ik probeerde uit te leggen dat culinaire gidsen nooit serieus genomen dienen te worden. Meestal is het maar de mening van één enkele persoon en soms dat niet eens.Vaak kom je erin door een beetje te netwerken en de juiste mensen te kennen, En als dat niet helpt, kun je altijd nog een grote advertentie zetten, dan ben je tenminste verzekerd van een vermelding. Ik kon hem ook niet overtuigen met de mededeling dat hij dan de roddelbladen ook maar serieus moest nemen. Ondertussen had Krielkip grote pakken dossiers op tafel gelegd en gerangschikt. Hij bleek vijf jaar boekhouding van mijn restaurant doorgeworsteld te hebben. Die was in grote lijnen in orde, maar er was één probleem waar ze mee zaten. Ik schonk hen maar eens een kopje koffie in en voor mezelf een glaasje witte wijn. "Zwarte wijn" zei Krielkip. De man moest wel kleurenblind zijn. "Meneer Kasma", ging Krielkip verder "U voldoet niet aan de normen die door de belastingdienst gesteld worden. U maakt te weinig winst". Nu, dat was niets nieuws voor mij. Ik antwoordde, dat ik het wel genoeg vond en er volmaakt gelukkig mee was, Maar daar schenen ze bij de dienst geen boodschap aan te hebben. Iedere ondernemer moest aan de normen voldoen. Ik sputterde nog wat tegen met het argument dat er op iedere norm uitzonderingen van toepassing zijn. Maar ik kreeg geen gehoor. Even later vertrokken ze en Krielkip zei dat ik er nog wel meer van zou horen.
Deze week lag de aanslag in de bus. Toch zit er nog wel een positief kantje aan dit verhaal. Al die Liwwadders die in de zomer massaal bij me willen komen eten hoef ik niet teleur te stellen. Ik kan dit jaar, sorry, ik gá dit jaar niet op vakantie.