Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Meestal kan ik feestjes of verjaardagen afdoen met de smoes dat ik moet werken, maar af en toe is er iemand die op het idee komt om de verjaardag te vieren op een dag dat ik vrij ben. En dan ben ik de klos. Daarom stond ik vorige week in een huiskamer vol mensen waar ik behalve de jarige bijna niemand van kende. Toen ik in de keuken nog een glas wijn ging halen klonk er opeens een stem: 'Ken je me niet meer?' Ik draaide me om en of ik haar herkende. Zo'n vijfentwintig jaar geleden had ik voor haar gewerkt en bijna was zij de eerste dikke vrouw waar ik mee naar bed was geweest. Haar man had een restaurant waar ik als kok werkte. Ik was bloedfanatiek en zij doodongelukkig, zo bleek later. Haar man besteedde meer tijd aan de leerlingserveerstertjes en de whiskyfles dan aan haar en daarom troostte zij zich maar met kleine glaasjes port. Ze leek een beetje op de mollige hoofdrolspeelster van de eetfilm 'La Grande Bouffe', een film die ik al drie keer gezien had. Op een avond kwam ze in de keuken toen ik aan het schoonmaken was en vroeg of ik na het werk boven kwam om wat te drinken. Haar man was met een paar collega´s de kroeg in gegaan, zodat ze weer eens alleen zat. Toen ik klaar was met soppen stiefelde ik de trap op en zag  haar in een kimono op de bank zitten, de fles port onder handbereik. We praatten een beetje over het restaurant en haar man en op een gegeven moment zei ze dat ze zich zo eenzaam en verdrietig voelde. Ik greep haar in een reflex bij de hand om te troosten. De kimono was niet op deze onverhoedse beweging berekend en viel een beetje open. Mijn bazin had er niets onder aan. Ze drukte me tegen zich aan en zei met een beetje dubbele tong: 'laten we naar de slaapkamer gaan'. Maar op dat moment flitste er een scène uit de film door mijn hoofd: het moment dat de mollige Andrea met haar billen op een lap deeg werd gezet om het zo te kneden. 'Wacht even', zei ik. Ik stormde naar beneden de keuken in, gooide suiker, meel en boter in een mengmachine en draaide er een deegbal van. `Waar blijf je`, klonk het van boven.`´Kom even beneden in de keuken´, riep ik terug, ´ik heb een verrassing voor je´. Stommelend kwam ze met de portfles in de hand de trap af en de keuken in. ´Waar dan´, vroeg ze. ´Hier´, zei ik en pakte haar onder de kimono bij haar blote billen. Ze gaf een gilletje toen ik haar op de werkbank tilde en haar billen met het koude deeg in aanraking kwamen. Net als in de film kletste ik op haar achterwerk om zo het deeg te kneden. Trillend zakten haar zachte vleesbollen in het deeg. ´Kom laten we weer naar boven gaan´, zei ze toen ze er genoeg van kreeg. Ik liet de taart de taart. Met slappe benen en een beetje hulp van mijn kant klom ze de trap weer op. We gingen meteen naar de slaapkamer, maar toen ze eenmaal met een open kimono op bed lag viel ze in slaap en begon te snurken. Ik schudde haar nog even heen en weer, maar had al snel in de gaten dat een bedavontuurtje met mijn bazin er niet meer in zat die avond. Dan kon ik net zo goed de taart even afmaken. Terug in de keuken legde ik de lap deeg waar de bilafdrukken van mijn slapende bazin instonden op een bakblik. Ik ging in de weer met room en vruchten en stopte de taart in de oven. Terwijl die in de oven bakte nam ik, zittend op een keukenkrukje, een slokje uit de portfles die was blijven staan en dacht aan de dingen die net gebeurd waren. Als ik niet zonodig die filmscène had willen naspelen. Had ik nu misschien lekker tegen dat dikke, zachte lijf aan gelegen. Net toen ik de taart uit de oven gehaald had hoorde ik iemand in het restaurant stommelen. Even dacht ik dat mijn bazin wakker was geworden en nog steeds zin in me had. Maar het was haar man die een paar tellen later de keuken in kwam. ´Wat doe jij hier nog´vroeg hij, terwijl hij me de portfles uit handen nam en zelf een grote slok nam. Ík wilde nog even een nieuw recept voor een taart uitproberen´, antwoordde ik. ´Nou doe me dan maar een stukje´, zei mijn baas. Ik sneed een punt uit de nog warme taart, die ondanks het vele fruit dat ik gebruikt had, een ietwat vreemd geurtje had. Mijn baas nam een hap en spuugde die meteen weer uit. ´Gatver, het smaakt naar wijvenzeik´, schreeuwde hij me toe en nam snel nog een slok port. ´Gooi dat ding in de vuilnisbak en rot op. Ik ga naar bed.´ Ik deed mijn jas aan en vertrok. Een eindje verder in de straat was een café waar ik nog een biertje dronk en nog even nadacht over het feit dat die avond twee dingen mislukt waren: een keer met mijn mollige bazin naar bed en een taart te bakken zoals het in La grande Bouffe gebeurde. Dit alles schoot door me heen toen ik haar twee kussen op de wang gaf. ´Natuurlijk herken ik je´, zei ik terwijl ik mezelf en haar van een glas wijn voorzag. `Misschien kunnen we samen weer eens een taart bakken. ´Ik ben wel vijfentwintig jaar ouder geworden´, zei ze. ´Wie niet´, antwoordde ik.