Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Lange tanden

Kunst en eten gaan niet samen. Terwijl het beide voedsel voor de mens zijn, heb ik er toch
nog nooit een gelukkige combinatie van gezien. Kunstenaars heten vrije jongens te zijn,
maar terwijl ik altijd probeer redelijk originele recepten op de menukaart te zetten,
vragen zij rustig om een biefstuk met champignons, want ze lusten niets anders.
"Nee, geen wijn, doe mij maar een whisky". Af en toe krijg ik van één van hen een
uitnodiging voor de opening van een tentoonstelling in één of andere galerie. En
altijd worden deze gebeurtenissen opgeluisterd met een hapje en een drankje.
In de tijd van de kunstenaars met slobbertruien, woeste baarden en John Lennon
brilletjes kreeg je Rosé d'Anjou uit een stenen kruikje en radijsjes en bleekselderij
met magere kwark. Daarna kreeg je de emmersalades en de jus d'orange, maar tegenwoordig
moet het allemaal veel duurder. De kunstenaar loopt in driedelig kostuum en voor
de hapjes wordt een traiteur ingehuurd. Die brengt dan namaakchampagne en sushi
van diepvriesvis, carpaccio met pesto uit een potje en toastjes met te zoute
kaviaar. Als de bubbels een beetje te rijkelijk hebben gevloeid, ga je met een hart-
verzakking naar huis en moet je de volgende dag in de krant lezen hoe de opening
verlopen is. Weliswaar heb ik vaak mijn twijfels over deze verhalen, want de
betreffende kunstcriticus ging immers ongeveer in dezelfde staat naar huis als ik.
Een aantal weken geleden werd ik gevraagd om mee te werken aan een project
over eetbare kunst. Kunstenaars bedachten bedachten een aantal gerechten
die ik vervolgens mocht maken en ook een aantal weken op mijn menukaart
te vinden zou zijn. Na een enthousiaste voorpublicatie in het toonaangevende
dagblad van onze provincie stroomden er reserveringen binnen van mensen die
graag zo'n maaltijd zouden willen eten. De avond dat de kunstmenu's gepresen-
teerd werden was het gezellig druk in mijn restaurant. Iedereen was er.
De organisatoren, de kunstenaars, de nationale en regionale pers en een
aantal genodigden. Er heerste wel wat onrust, want de Cultuurpaus van onze
regionale pers was nog niet gearriveerd. Toch werd mij op een gegeven moment verteld
om de menu's maar op tafel te zetten. Terwijl de eerste kunstenaar een
verklarende toelichting bij de gerechten gaf, hoorde ik een van de
organisatoren een zucht van verlichting slaken: de Schrijvende Cultuurbobo
had zijn entree gemaakt. Een aangeboden alcoholisch welkomstdrankje werd
afgeslagen:"Doe mij maar een kopje koffie". Nu was de gepresenteerde kunst
niet alleen om naar te kijken, maar ook om van te proeven. De Belangrijke
Kunstenjournalist vond echter kijken wel genoeg en was pas na herhaaldelijk
aandringen van een aantal aanwezigen genegen om een hapje van een kunst-
zinnig gerecht te proeven. Met een trillende hand stak hij de vork in een
delicaat stukje in kokosmelk gestoofd konijn. Gespannen keken alle aanwezigen
hoe hij dit naar zijn mond bracht. Op het moment dat de kunstlekkernij
tussen zijn lippen zou verdwijnen, draaiden zijn ogen weg, werd hij beurtelings
doodsbleek en vuurrood en leek ineen te zakken. Ondersteund door twee
sterke mannen wankelde de Grote Kunstcriticus naar het herentoilet waar ik
vervolgens een briefje "defect" aan de deur moest hangen. Na een kwartier
kwam de Gewichtige Cultuurschrijver weer tevoorschijn en verdween als een
dief in de nacht. Waarschijnlijk was zijn maag gewend aan smakeloze
kant-en-klaar happen en kantinevoer op de krant en was de gedachte om
iets te eten wat met liefde en aandacht was bereid hem te veel geworden.
De avond verliep verder op rolletjes, iedereen genoot van de culinaire kunst.
De volgende dag had het schoonmaakbedrijf ongeveer twee uren nodig
om het herentoilet te restaureren en keken wij benieuwd in het grootste
Friese Dagblad wat Zijne Cultuurheiligheid geschreven had. "Kunstzinnig
eten voor culinaire waaghalzen" kopte hij. Het project was hem wel
aangenaam geweest, maar hij had de hele nacht wakker gelegen door een
brandende slokdarm en maagwand. Dat was toch wel gek, want de man
had geen hap gehad. Ook kwamen die dag de annuleringen binnen van mensen
die het artikel gelezen hadden en de maaltijd niet meer aandurfden.
En nu, weken later, smeekt mijn dochter mij iedere dag:"Pappa, hoeven
we vandaag niet weer konijn te eten?" En dan antwoord ik:"Nog zestig
achterboutjes meid, dan is het konijnenvlees op."