Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Je eigen bed is de beste plaats om in slaap te vallen. Val je in slaap in het bed van iemand anders, dan is dat zeker niet de bedoeling en is de eigenares van dat bed meestal zwaar teleurgesteld. Bovendien is je vaste bedpartner er meestal ook niet van gecharmeerd als ze er achter komt en heb je een relatietherapeut nodig. Voor belangstellenden heb ik, sinds mijn laatste relatie wel een paar adresjes. Voor horecamensen, mij zelf incluis, is het in je eigen bed raken vaak een hele toer. Niet dat het zo is, helaas, dat er rijen vrouwen bij me binnenkomen, die me allemaal in hun bed willen halen. Integendeel, ik moet meestal zelf in de rij staan. Nee de moeilijkheid is, hoe in bed te raken voor je slaapt. En als dat gelukt is, hoe deze weldadige toestand een aantal uren vast te houden. Zeker in een stadje als het onze. Bijna iedereen probeert me van mijn slaap af te houden. Toen ik nog in de Transvaalwijk woonde, viel er af en toe een briefje door de deur, waarop stond dat de buren een feestje hadden. Eerst dacht ik nog dat deze briefjes uitnodigingen waren, maar het bleek meestal een waarschuwing dat het laat werd en lawaaiig. Als ik die nacht dan thuiskwam, was het feest meestal al afgelopen en het huis van de buren donker. Gelukkig dacht ik dan. Maar na vier uurtjes onder mijn dekbed begonnen de buurtjes de restanten van het feest met veel glasgerinkel op te ruimen. Mij restte er niets anders dan met een slaperige kop het koffiezetapparaat maar aan te zetten. Ook de zaterdagochtend was het meestal vroeg opstaan na een te kort nachtje. Enthousiast gingen de achter-, over- en zijburen klussen met lawaaiige schuur-, hamer- en boormachines. Toen ik eens een straatgenoot vroeg of ze misschien niet na tienen konden beginnen met klussen stuitte dat op veel onbegrip. Pluk de dag was immers het motto.  Het eigen huis heeft veel onderhoud nodig. Wel kwam er nog de vraag of ik 's nacht  geen trompet meer wilde spelen want dan konden ze niet slapen. Mijn uitleg dat muziek voor mij iets is om me te ontspannen na mijn werk werd niet geaccepteerd. Toen ben ik maar verhuisd naar de binnenstad. Dat was dichter bij het werk en 's ochtend veel lawaai was ik ondertussen wel gewend. En inderdaad ook hier wordt me de slaap ontstolen, door lawaaierige veegmachines die in het loffelijke streven om de stad schoon te houden, voor achten al onder mijn slaapkamerraam door razen. Achteruit rijdende vrachtwagens die piepend de straat uit proberen te komen. De stratenmakers van de stadsvernieuwing die op een of andere manier alleen voor achten lawaaierige aggregaten en shovels nodig hebben. Lege biervaten die  voor achten opgehaald worden. Het voordeel van dit vroege opstaan is, dat ik nu wel de telefoontjes van secretaresses die voor hun baas reserveren al om negen uur 's ochtends aan kan nemen. Maar de nadelen zijn legio. Halverwege de avond kan ik het gapen bijna niet meer onderdrukken. Ik neem dan een glaasje wijn, zodat het net lijkt of ik mijn mond open heb om een slok te nemen. Als alle gasten de deur uit zijn, maken mijn collega's mij aan tafel wakker omdat ik al zit te slapen en de honden nog uit moet laten. Opgefrist door de buitenlucht loop ik dan nog even een café binnen voor een biertje. Maar eenmaal binnen overvalt me de warmte en komt de slaapduivel weer ten tonele. Meestal veegt de barman wel met de spons om mijn hoofd heen als hij na sluitingstijd de bar schoonmaakt. Mijn bier heeft hij dan al weggegooid. Ook aan een nieuwe vriendin waag ik me niet meer. Zodra ik horizontaal lig gaat voor mij het licht uit en daar houden nieuwe vriendinnen niet van heb ik gemerkt. Thuis gekomen met de honden ga ik vaak nog even op de bank zitten. Om zes uur schrik ik dan wakker en ga nog even naar de slaapkamer. Even kijken hoe mijn bed er uit ziet. En daar wordt ik dan weer keurig om zeven uur of halfacht gewekt door stratenmakers, veegmachines en achteruit rijdende vrachtauto's, schreeuwende junks, voor wie het straathoekwerk niet vroeg genoeg opengaat en claxonnerende binnenstadbewoners die naar hun werk vertrekken. Eigenlijk zou er bij de huizen van mensen die in de horeca werken, net als bij ziekenhuizen vroeger, zo'n vierkant verkeersbord moeten staan met een grote H er op. Met daaronder: 'Stiltegebied tot half elf 's ochtends'.