Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Mijn dochtertje wil kok worden. Of prinses. Of allebei. Dus heb ik maar eens een goed gesprek onder vier ogen met haar gehad. Kok en prinses is natuurlijk geen optie. Keukenprinsessen bestonden misschien dertig jaar geleden nog in tuttige damesbladen, maar in de, overigens nog even tuttige, damesglossy's van tegenwoordig heet een met voedsel fröbelende journaliste een food-styliste. Soms zijn het ook vrouwen zoals bijvoorbeeld Nigella Lawson die een man heeft die dit baantje voor haar gekocht heeft zodat zij op foto's en voor de televisiecamera een gebroken ei door haar vingers kan laten glijden. En zo'n onnozele toekomst gun ik mijn dochter niet. Wordt jij maar gewoon een prinsesje, zei ik dus tegen mijn dochtertje. Alhoewel, daar kleven natuurlijk ook wel wat bezwaren aan. De kans dat ze dan de schoondochter wordt van een van de zonen van Beatrix is natuurlijk ook niet een geweldig vooruitzicht. Bovendien wordt ze dan ook nog familie van Laurens Jan Brinkhorst en dat gun je je ergste vijand niet. Dan word ik toch maar kok, papa, zei mijn meisje. Waarom trouw je niet gewoon met een rijke man, probeerde ik nog. Dan neem je je ouwe vader in huis en hebben we het hartstikke gezellig samen. Die vent van je is toch altijd weg om geld te verdienen. Maar papa, als ik kok word dan kan ik later als jij erg oud bent de baas worden van jouw restaurant. Deze uitspraak van mijn dochtertje had ik verwacht en gevreesd met grote vreze. Want hoe leg je een vijfjarig meisje uit dat de kans op een leuk leven uiterst klein is als je een restaurant in Leeuwarden hebt. Lieverd, zei ik, als je een restaurant wilt vind ik dat wel goed maar dan ergens in Amsterdam of zoiets, niet in Leeuwarden. Waarom niet papa, vroeg mijn dochter terwijl ze de hond versierde met een prinsessenkroontje en de hondenmand volstouwde met Barbies. Nou meisje, probeerde ik dochterlief uit te leggen. Er zijn in Leeuwarden niet veel mensen die van eten houden. Heb je al rekenen op school gehad? Ik kan dat natuurlijk niet weten, want de juffen op school houden met het plannen van de ouderavonden geen rekening met hard werkende mensen in de horeca die 's avonds om zeven uur met een bezwete kop boven een fornuis hangen en dus niet op een kinderstoeltje kunnen zitten om op de hoogte gesteld te worden van de vorderingen van hun kind. Wat is dat rekenen, vroeg mijn dochter. Daar was het antwoord op mijn vraag. Nou ik zal je een verhaaltje vertellen zei ik, het loopt alleen niet goed af. Er woonden eens in een grote stad , hier heel erg dicht bij 90.000 mensen, begon ik mijn verhaal. Er woonde ook een arme man die een restaurant had. Hij deed heel erg zijn best om lekker te koken en natuurlijk zouden al die mensen wel een keertje bij hem kunnen eten, maar een gedeelte van dat aantal was nog baby of peuter, dus bleven er nog 80.000 potentiële eters over. Wat is dat papa, potentieel, vroeg mijn dochter. Dat vertel ik je later wel eens. Maar van die 80.000 mensen was een gedeelte allochtoon en die kwamen niet in zijn restaurant eten. Dus waren er nog maar 60.000 mensen over die misschien wel in een restaurant wilden eten, ware het niet dat de helft daar van alleen maar uit eten ging als er iets te vieren was en dat hield met een keer per jaar wel op. Toen waren er nog maar 30.000 mensen over. Waren dat de potentiële eters, vroeg mijn dochter. Ze pikte het wel snel op. Van die 30.000 was de helft onder de 25 jaar en die dachten dat een pizzeria of een eetcafé ook een restaurant was en die gingen dus niet bij die arme man eten. Van de 15.000 mensen die eventueel wel bij die arme man zouden kunnen eten, wilde een derde gedeelte dat het eten bijna net zo smaakte als thuis en een derde gedeelte waren goed verdienende dertigers en voor al die mensen moest er met Knorr en andere firma's worden samen gewerkt anders vonden ze het niet lekker. Nou die spullen had die arme man niet in huis, dus bleven er maar 5.000 mensen over die in zijn restaurant wilden eten. Dat zouden 100 mensen in de week zijn, maar er waren in deze stad nog 2 andere arme mannen met een restaurant waar zonder pakken en poeders gekookt werd en daar wilden de mensen ook wel eens heen. Dus bleef de arme man arm en moest veel van het lekkers dat hij kookte zelf opeten. De moraal van dit verhaal is lieverdje, dat als je het restaurant van je vader overneemt je altijd een arm meisje blijft. Moet ik dan echt met een rijke man trouwen, vroeg mijn dochterje. Ach weet je zei ik, anders trouwt je vader wel met een rijke vrouw. Wil je nu uit Pinkeltje voorlezen papa, vroeg mijn dochter.