Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje
Hard toiletpapier

Ook al lijkt het soms anders als U mijn columns in dit blad leest, ik houd van mijn vak. Het koken, het restaurant en uiteraard de gasten. Vooral zo aan het eind van het jaar. De verwarming hoog opgestookt, veel walmende waxinelichtjes en nepsneeuw in de vensterbank voor de broodnodige kneuterigheid.
Bing Crosby neuzelt uit de speakers over een witte kerst en in het midden van de zaak staat een lange tafel waaraan een groepje mensen zit. Tussen Sinterklaas en Kerst moet men met zijn allen uit eten in een restaurant of eetcafé, of men wil of niet. Stichtingsbesturen die aan het potverteren zijn. Ambtenaren die
gezamenlijk gemeenschapsgelden over de balk smijten. Collega's die het hele jaar hard gewerkt hebben om de "target"te halen en nu van de chef uit eten moeten. Vaak is de chef daar zelf bij en dat is jammer voor de uitbater van een retaurant. De promotiekansen worden ook op zo'navond niet uit het oog verloren en dus is het een superkeurig stel zoals ze daar met z'n allen aan tafel zitten.Er wordt op gepaste wijze gelachen
om de grapjes van de chef. De stropdassen blijven rond de nek en zelfs de meest notoire zuipschuit zit aan de blauwe spa of een malt biertje. Nee, een groep collega's kun je beter zonder chef hebben zitten. Dan is er maar één "target" en dat is het zo snel mogelijk opzuipen van het door het bedrijf beschikbaar gestelde budget. En dat hebben wij restauranthouders graag.
Naast zo'n groepje zijn er nog een paar andere tafeltjes bezet. Vaak door mensen die er een traditie van gemaakt hebben om één keer per jaar zo tegen de kerst met z'n tweeën of vieren uit eten te gaan. Ieder jaar in een ander restaurant. Vaak is het ook de enige keer per jaar dat ze uit eten gaan, meestal met een restaurantgids onder de arm, Ieder jaar rond eind november verschijnen er in ons land een aantal gidsen waarin restaurants ofwel de hemel ingeprezen, ofwel volledig de grond ingeboord worden. Dat kan per jaar verschillen. En de decembereters willen zich ervan vergewissen of de recensie van het restaurant dat ze uitgekozen hebben, klopt. Ze nemen deze gidsen serieus en hebben niet door dat deze uitgaven maar
één doel hebben, het verhogen van de omzet van de betreffende uitgeverij. Ze zijn in elkaar gezet door zogenaamde culinaire journalisten, die waarschijnlijk het woord culinair eerst in het woordenboek hebben moeten opzoeken. Nu zijn journalisten sowieso al een bedrieglijk volkje, dat leeft van onwaarheden, halve waarheden en zelfbedachte waarheden. Culinaire schrijvers zitten een trapje lager op de rangorde. Het zijn verslaggevers die over geen enkel onderwerp kennis bezitten en daarom maar over eten en restaurants
schrijven. Deze mensen bezoeken een restaurant en vervolgens bekritiseren ze de armatuurtjes van de verlichting, de zachtheid van het toiletpapier, de bikinilijn van de vrouw van de eigenaar en, last but not least, het eten. Als er een bestelling binnenkomt van lamspaté, "kan die zonder lamsvlees?", een salade van kip en kikkererwten, 'maar ze houden niet zo van kikkererwten' en twee ossenhaasbiefstukken, één medium gebakken, maar wel flink rood van binnen, de ander doorgebakken, maar niet zo droog, dan kun
je er donder op zeggen dat er twee culinaire journalisten in de zaak zitten.
Al deze bevindingen larderen ze dan met een portie roddel en achterklap. En zo wordt door deskundige critici een 'verantwoorde'gids samengesteld. Er is geen weerwoord mogelijk, want over recensies kan niet gediscussieerd worden. Wel hopen deze culinaire leugenreporters dat er één of twee restauranthouders zich bij een slechte beoordeling wanhopig het koksmes in de borst stoten, opdat hun roddelgids het volgende jaar nog beter verkoopt.
En zo voor de Kerst hoor je dan gasten aan een tafeltje fluisteren:"Het is waar, ze hebben heel hard toiletpapier.
God weet dat ik verslaafd ben aan mijn vak, maar bestaat er ook ergens
een afkickcentrum voor restauranthouders?