Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Een jaar had ik het kunnen afhouden, maar dit jaar was het niet meer te voorkomen. Ik moest met vriendin, kind en drie honden op vakantie. Al mijn argumenten,( het kind is te klein. ze kan nog niet zolang in de auto en ik vind het niet zo verstandig met zo'n kleintje), werden vakkundig van tafel geschoven. We konden een huis lenen van kennissen die zelf naar Frankrijk waren. Dus was ik op een maandagochtend een paar uur bezig om mijn VW busje tot aan het dak vol te stouwen met spullen van mijn vriendin, de baby en de honden. Het leek wel een verhuizing. Nadat ik mijn eigen spulletjes in een plastic tasje in de cabine gegooid had konden we vertrekken. Nu is Aerdenhout niet zo ver dus stonden we na anderhalf uur rijden en een uur in de file voor het vakantie adres: een mooi huis in een stille straat. Ik kreeg even een visioen: nu lekker met een glaasje wijn in de tuin, maar nee, het busje moest uitgepakt worden. Toen de boel uitgepakt was en de baby verschoond, begon het zachtjes te regenen. Ik liet de tropisch hardhouten tuinstoelen maar in het schuurtje. 'Laten we even naar Haarlem rijden voor boodschappen', opperde mijn vriendin. Na de supermarkt moesten we bij de traiteur en de wijnboer langs. De laatste was dicht op maandag en de traiteur had enkel kaas en te dure worst. Verse spullen maakte hij alleen voor het weekend. 'Verdomd het lijkt mijn Leeuwarden wel', dacht ik. Zo'n eerste dag heb ik altijd wat heimwee maar hierdoor voelde ik me direkt wat meer thuis. De volgende dag regende het nog steeds. 'Gelukkig, we hoeven niet naar het strand', dacht ik. Tevreden wilde ik een bakje koffie zetten. De espressomachine kreeg ik, na tien minuten wanhopig alle mogelijkheden beproefd te hebben, niet aan de praat maar gelukkig vond ik een gewoon filterapparaatje in een aanrechtkastje. Hoewel aanrechtkastje was niet het goede woord. Midden in de keuken was een kookeiland, waar ingebed in zwart marmer een fornuis stond dat nauwelijks kleiner was dan mijn eigen restaurantkachel. Erboven hing een glazen designafzuigkap. Rond het fornuis, onder het marmer waren soepel glijdende laden die vol stonden met handige apparaten. Pastamachine, ijsmachine, broodbakmachine, pannen met anti-aanbaklaag, staafmixer, blender, keukenmachine enz. Deels nog in de verpakking, dat wel. Aan de wand hing aan magneetjes een luxueuze messenset. En er was een koelkast die ijsblokjes kon spuwen. Wat wel opviel was dat er nauwelijks ingredienten in huis waren om mee te koken. Behalve veel pakken gedroogde spaghetti, voorgekookte rijst en potten salsa uit de supermarkt. Het vriesvak van de superkoelkast was volgestouwd met kant en klaarmaaltijden. De heer des huizes zat op een kookcursus had ik begrepen, maar van thuis koken was schijnbaar niet veel gekomen. Ik nam me voor al de spullen maar stilletjes in de laden laten liggen. Als je iedere dag voor je werk moet koken, wil je op vakantie niet iedere dag in de keuken staan, maar zelf weleens uit eten. En per slot van rekening waren we nu in de randstad, waar het allemaal gebeurt. In de omgeving van ons vakantie adres zaten wel een aantal gerenommeerde restaurants, maar die hadden de reputatie opgeprikt en duur te zijn. Gelukkig zijn er altijd leuke gidsjes waar gezellige winkeltjes en eettentjes in genoemd worden. 'Verborgen schatten in Kennemerland'. Waar kende ik die titel toch van. Zo fietsten wij op een avond, na een huilend kind bij de oppas achtergelaten te hebben naar Haarlem om te eten in een restaurant uit de gids. 'Wat we zelf niet lekker vinden maken we niet' vertelde de eigenaar in het omschrijvinkje in de gids. Aan het eind van de avond bleek dat hij een heel andere smaak had dan wij. Soep die zout was van de Knorr, vis uit de diepvries en het toetje kwam uit het assortiment van de groothandel. De chef kwam ook nog aan tafel: 'of het gesmaakt had'. En zoals iedere nederlander mompelden we iets onduidelijks en zeiden heerlijk. Zeggen dat het vies was doe je niet. Dat hoort niet. Toch hebben we ons een paar dagen later opnieuw gewaagd aan een advies uit de gids. Ditmaal ging mijn dochter mee. Na de Parmaham met meloen deden wij ons te goed aan een bordje Texels lamsvlees, dat volgens mij overigens van een heel ander eiland en ook uit een heel ander gedeelte van de wereld kwam. Mijn dochter zat prinsheerlijk in een kinderstoel en at een lepeltje mee van ons. Alles ging goed tot mijn spruit de ober een plastic speelgoedmuis voor de voeten wierp. De man gleed uit en viel half over onze tafel. Helaas kwam hij net de desserts brengen. Deze belandden dan wel op onze tafel maar niet zoals de chef het bedoeld had. De crème brûlée zat hoog tegen de muren. We hebben de koffie laten zitten en mijn vriendin zei:' Dit doen we voorlopig niet weer.' De volgende ochtend heb ik een paar handige machines uit de keukenladen gehaald en de rest van de vakantie was het eten uitstekend. Toen we weer de Afsluitdijk overstaken zei ik tegen mijn vriendin: Voor het eten hoef je niet naar de randstad. Zo kunnen ze het in ons eigen Leeuwarden ook wel. Wat je ver haalt hoeft niet perse lekkerder te zijn .