Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Ik had het kunen voorzien en diep in mijn hart wist ik het eigenlijk ook wel. Maar het bloed kruipt soms waar het niet gaan kan en dan doe je domme dingen. Daarom stond ik op een gegeven moment weer in een restaurantkeuken met een sexy jong meisje in een spannend roze koksjasje naast me als persoonlijk hulpje. Twee dingen waarvan ik me had voorgenomen ze nooit weer te doen. De restaurantkeuken niet en het sexy persoonlijke hulpje al helemaal niet. En toch is het me weer overkomen. Even een paar weekjes de vaste kok vervangen. Dat kon geen kwaad toch?  Een beetje koken, niet al te moeilijk, ’s avonds na het werk nog even een biertje drinken en dan ook nog zo’n hulpje bij me in de buurt die behalve van haar grote blauwe ogen van nog meer dingen twee stuks had; en ook flink groot. Voor iemand die al drie jaar voor huisman speelt best een leuke afwisseling van het leventje van uitslapen, koffie drinken, rondjes door de stad zwalken met de hond en de jongste dochter in de buggy en ’s avonds een terrasje pikken. Het koksleven beviel me wel weer. Zeker met zo’n leergierig hulpje bij me. Van een tennisleraar had ik ooit eens gehoord dat je heel dicht van achteren tegen meisjes aan moet staan om deze te leren hoe ze hun racket vast moeten houden. Ik kan je verzekeren, om een aspirant kokkinnetje te leren hoe ze haar koksmes moet vasthouden moet je dezelfde positie innemen. Ik kreeg bijna al weer spijt,  dat ik mijn eigen restaurant drie jaar geleden verkocht had.  Met het roze koksjasje had ik tot diep in de nacht verhitte discussies over voedsel en koken, waarbij het bier en de wijn zo rijkelijk vloeide dat mijn vrouw het logeerbed al voor me opgemaakt had. Niet dat ik daar veel uren in doorbracht trouwens. Maar gelukkig waren er de Vaste Gasten van het restaurant. Zij hebben er voor gezorgd dat ik weer met beide benen op de grond terecht kwam. Vaste Gasten zijn  mensen  met een mening. Zij eten in de meeste gevallen een paar keer per week het dagmenu dat voor een paar euro geserveerd wordt en weten dat op waarde te schatten. Neem bijvoorbeeld Jan Marinus. Jan Marinus heeft veel verstand van voedsel en kan dat ook heel goed onder woorden brengen. Bovendien is hij, naar eigen zeggen, een exellent kok. Drie of vier keer in de week eet hij de daghap en weet iedere keer via de bedienende meisjes zijn, ook naar eigen zeggen opbouwende, kritiek richtig keuken te spuwen. Te oud, te zout, te klef, te koud, te gaar of juist niet gaar genoeg. Kijk, met zo’n Vaste Gast kun je als kok je voordeel doen. Zo’n kritiek op een maaltijd van een paar euro doet je een stuk gemotiveerder in de keuken staan.  Een andere Vaste Gast is Kaatje die geen wijn bij het eten drinkt, maar wel veel ervoor. Ook haar kritiek, te zout, niet zout genoeg, te slap, te lang gebakken, op de frites met frikandel en fritessaus, iets anders eet ze niet, heeft mijn kwaliteiten als patatbakker naar grote hoogten gestuwd. Om maar niet te spreken van de Vaste Gasten Frans en Mirella die iedere keer als ze een daghap komen eten, vertellen hoe lekker ze in andere restaurants gegeten hebben. En dat maakt dat een kok de nederigheid krijgt die hij nodig heeft.  Samen hebben deze Vaste Gasten ervoor gezorgd dat ik  weer wist dat mijn beslissing van drie jaar geleden om nooit weer een restaurantkeuken binnen te gaan de juiste is geweest. Ik had dit besluit toen immers genomen om van het geouwehoer, gezeur en gezeik van mijn Vaste en andere Gasten af te zijn. Om geen gelul meer te hoeven aanhoren hoe goed ze zelf kunnen koken, hoe onconfortabel de wc- brillen in sommige restaurants en speciaal in het mijne zijn en dat ik wel eens een flesje wijn mag weggeven omdat ze zo vaak komen en zo met  de zaak begaan zijn. Ik weet nu weer dat ik nooit meer een restaurant wil maar gewoon de huisman blijf die boodschapjes doet en dan met zijn beide dochters een ijsje in de Kleine Kerkstraat koopt. Alleen mijn kooklessen voor het roze koksjasje zal ik missen. Gelukkig heeft mijn vrouw het logeerbed weer afgehaald in mag ik mijn vaste 25 centimer ruimte in de echtelijke sponde weer innemen.