Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje
Als je begin mei voor het eerst weer een kwartier met je auto  stil staat op de Harlingerstraatweg, dringt  het ineens tot je door dat het bootjesseizoen weer is begonnen. Dat je er voortaan rekening mee moet houden dat de stad met enige regelmaat verstopt zit omdat er ergens een brug omhoog staat. De invasie van de watersporters is begonnen. Toen ik net met het restaurant begon dacht ik nog in alle onschuld dat watersporters eventuele gasten zouden kunnen worden. Ik maakte een folder waar al de aantrekkelijkheden van het restaurant, het voedsel en de serveerster zo aanlokkelijk mogelijk waren afgebeeld en deelde deze rond tijdens mijn poeprondje van de honden in de Prinsentuin. Ik loop met een poepschep en gebruik deze ook, dit voor de sceptische lezers van dit stukje. Het resultaat van deze actie was veel mensen voor de deur en de ramen, maar weinig klandizie. Alleen had je af en toe een groepje mannelijke oosterburen die met veel lawaai binnenkwamen. Snel schoof ik dan twee tafels aan elkaar zodat de heren bij elkaar konden zitten. Niet dat ze dat vervolgens deden. Nee, twee gingen naar de wc, drie bestelden een drankje en de rest strooide met as en vroegen of er geen Stramme Max op het menu stond. Na vijf minuten was het hele spul weer buiten. Ons achterlatend met wat opgeschrikte gasten, een tientje omzet en twee vuile tafellakens. Tegenwoordig  brullen we bij zulke Duitse overvallen in goed Germaans: Nur Menu's'. Dat houd de meeste buiten de deur en degenen die wel binnenkomen zijn welkom. Nee watersporters is een slag apart. Het  is natuurlijk ook wat; je hele vakantie geld uitgeven aan de huur van zo'n drijvende caravan of een tupperware zeilboot. Geld om uit eten te gaan is er dan ook niet, dat begrijp ik wel. Maar wat me het meest bevreemd zijn de gedragingen van de mannelijke bootjeshuurders. Het moet wel verveling zijn. Hebben ze voor twee weken zo'n woonpraam gehuurd, gaan ze dat ding soppen. En niet alleen op de laatste dag voordat ze hem terug moeten brengen, nee iedere dag, soms twee keer wordt die drijvende kampeerhut afgesopt met een dwangmatigheid waar een psycholoog niet over uitgeluld raakt. Als deze er voor betaald krijgt tenminste. Emmers water worden uitgegooid over de witte flanken van de boot. Niet aanwezige ongerechtigheden worden weggeboend met een ijver waar hun vrouw jaloers op kan zijn. En dat is zij ook. Want thuis doet deze bootjespoetser geen fuck  in de huishouding. De enige schoonmaakprestatie die deze jan lul uitvoert is zijn vierwiel japanner door de wasstraat rijden. Voor de rest moet moeders alles oplossen. Want met al die vrouwen die mee moeten varen met hun man heb ik medelijden. Voor hen verandert er niet veel. Ook al hebben ze vakantie, ze moeten nog steeds de was doen voor manlief en koters. Ook moeten ze koken omdat deze zelfde manlief een te duur schip heeft gehuurd. En er dus geen geld meer overblijft om ergens lekker, ik bedoel nu lekker, uit eten te gaan. En vervolgens heeft ze ook nog het vooruitzicht op de volgende ochtend. De ochtend dat ze weer gaan vertrekken. Manlief staat als Schipper naast God  achter het roer terwijl moeder aan de wal met de touwen in de weer is. En aan het gebrul en gevloek dat de Kapitein vanaf de flying bridge de wal op slingert doet ze dat niet goed. Als de praam eindelijk los van de kant is moet het arme mens nog een noodsprong maken anders vertrekt hij nog zonder haar. En vijf minuten later steekt de gezagvoerder minzaam zijn hand op naar de brugwachter, terwijl een honderdtal mensen voor de zoveelste keer die dag voor een geopende brug staat.