Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894 
     
                     


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Columns van Klaas uit de Liwwadders

Contact  lezend muisje

Neem nooit een oude teef mee naar de kroeg. Dat kan veel ellende brengen. Je kunt nog beter je vrouw of vriendin meenemen hoewel dat natuurlijk minder gezellig is. Wel heb je met een teef in de kroeg vaak snel aanspraak, zeker met het ondermaatse gedrocht dat mij op mijn kroegentochten vergezelt. Ik heb het nu dus nog steeds niet over mij vriendin. Mijn teefje is een kruising tussen een Duitse herder en een teckel, veertien jaar oud, blind, doof en met een buik waarop veel vrouwen jaloers zouden kunnen zijn. En het mooiste van deze vuilnisbak is dat vrouwen bij bosjes voor haar vallen. En ik ben haar baasje. 'Wat een lief hondje, hoe heet ze, mag ik haar even op schoot', en 'thuis heb ik een Jack Russellpup.' Ik kom bijna geen vrouw meer tegen die niet zo´n klote Russell heeft. Maar standaard antwoord ik dan; Ze is hartstikke lief, ze heet Wendy, ze mag op schoot, ik heet Klaas en wat wil je van me drinken. Daarna wordt het vuilnisbakje geknuffeld , bestel ik een drankje en begin een geanimeerd gesprek over honden. Zo ook met Janke. We proostten met wijn en bier en ze had dus een Jack Russell. 'Wat leuk', zei ik, want Janke had ongeveer dezelfde buik als die oude teef van mij die ondertussen onder een barkruk op een hondenkoekje lag te kauwen. 'Ik laat mijn hondje zo nog even uit in de Prinsentuin', zei Janke nadat de bel voor de laatste ronde had geklonken, 'loop je mee'? Waarom niet dacht ik, ik kon na al de drank en dat gelul over honden wel wat frisse lucht gebruiken. De Prinsentuin was donker, maar de Jack Russell van Janke scheet gelukkig gelijk bij de ingang van het park. We kunnen wel weer terug vond Janke, ga je nog mee voor een drankje? Ik weet het niet, aarzelde ik nog, maar de navel piercing van Janke glinsterde wel verleidelijk in het licht van de lantaarnpaal. ´OK, one for the road,´ zei ik stoer en we liepen met de honden naar het flatje van Janke achter de Grote Kerk. De drankvooraad van Janke beperkte zich tot een halve fles Beerenburg. Aangezien Beerenburg voor mij het ultieme slaapmutsje is en ik ook al het een en ander genuttigd had vielen mijn ogen na twee glaasjes bij tijd en wijle even dicht. ´Blijf je hier´, vroeg Janke terwijl ze mijn hand op haar navelpiercing legde. Uiteraard weigerde ik, ik heb immers al een relatie en zo lagen we vijf minuten daarna in bed. Met zijn drieen. Dat klotebeest van Janke kwam tussen ons in liggen. Die dikke teef van mij, de hond dus, ging gewoon onder het bed liggen, die slaapt onder ieder bed. ´Kan dat beest niet weg´, vroeg ik voorzichtig, terwijl ik mijn handen ergens onder haar navelpiercing rond liet dwalen. ´Nee joh, dat is ie zo gewend´, zei Janke en haalde een hondenkoekje uit het nachtkastje. Toen de Russell het koekje op had en ik probeerde de kruimels van die mooie buik te vegen, die van Janke dus, begon het kreng te grommen. ´Wat is er schatje,´ vroeg Janke. ´Ze gromt naar me,´ antwoordde ik, maar Janke bleek het tegen de stomme Russell te hebben. Voorzichtig manoeuvreerde ik mijn benen zo onder de dekens, dat het hondje wat naar het voeteneind van het bed gleed. Van onder het bed kwam een hoop gesnurk van mijn oude teef, ja, ja de hond. ´Ik weet niet of ik met zo´n lawaai wel kan slapen´, zei Janke. ´Geeft niet, ´zei ik, ´dat gaan we toch niet doen.´ Ik sloeg de dekens wat terug om een betere blik te werpen op de navelpiercing, terwijl ik voor de romantiek mijn handen over vrijkomende rondingen van Janke liet glijden. En ineens gebeurde het. De jaloerse Russell zette zijn vlijmscherpe tanden keihard in mijn nogal oversture manlijkheid. Met een sprong stond ik naast het bed, de handen voor mjn kruis, terwijl ik het bloed tussen mijn vingers vandaan zag lopen. ´Shit, die klotehond heeft me gebeten,´ riep ik. ´Foei Russell´, riep Janke, ´dat is toch niet lief´ en tegen mij zei ze ´misschien kun je beter even naar de Eerste Hulp gaan.´ Een kwartier later zat ik in een taxi onderweg naar het MCL. Mijn oude teef , mocht zo lang bij Janke blijven. ´Ik ben in mijn piemel gebeten´, zei ik tegen de EHBO dokter, die die nacht dienst had. ´We zullen er even naar kijken,´ zei deze, terwijl hij pleisters en verband klaar legde. ´Moet ik geen tetanusprik´, vroeg ik ongerust. ´Nee dat hoeft niet bij mensenbeten´, zei de dokter. ´Nee maar dokter, het was dat rottige hondje van haar.´ Toen moest de dokter even vijf minuten amechtig op een stoel zitten omdat hij niet meer kon van het lachen. ´Dat is weer eens wat anders dan een afgebroken wortel´, sniklachte hij. Maar die opmerking snapte ik niet. Het zal wel doktershumor zijn.