Piet
Paaltjens
Dichter-dominee 1835 - 1894
| Berts feestmaal De ruiten waren ijzig in het venster. In het Vondelpark was er geen lente. In de regen was er geen verschil tussen gisteren en vandaag. Bert arriveerde in een taxi. Heen en weer geschud door de wind betrad hij zijn huis. Met de traplift steeg hij omhoog langs de trappen als een dichter op weg naar de hemel. In het ziekenhuis was kanker geconstateerd. Geen medicijn kon hem nog genezen van de dood. Zijn laatste stappen overschreden zijn gedichten. Zijn vrouw was vroeg naar de supermarkt gegaan. Ik was de gast van verre, een vriend van vele jaren. Ik was gekomen om hem gezelschap te houden bij zijn laatste lunch. Zijn trek was onverzadigbaar, hij wilde het leven verslinden tot aan de indigestie, tot aan bewusteloosheid toe, alsof zijn handen en zijn ogen uitgehongerd waren. Ik zat bij hem aan tafel en ik zag hoe hij haring, paling, oesters, mosselen, aardappels, ham, kaasjes, brood, chocoladepasta, pruimenjam, koffie, speculaasjes, arnhemse meisjes, vanille-ijs, naar binnen werkte. Om zijn dorst te lessen dronk hij jenever, bier, witte wijn, en alsof dat nog niet genoeg was, nam hij met een dorstige blik een slok van het stille, wijkende water van de Amsterdamse grachten. Zijn herinneringen die verspreid lagen over steden en woestijnen vielen samen met een heden in de vorm van een feestmaal. 'Wolken zijn de bergen van Holand,' zei ik hem. 'Dan ben ik een deur,' zei hij, en vervolgde zijn maal van brokken leven, van stukken gedichten, de uitgeputte landkaart van zijn gezicht doorgroefd met rimpels. Dat alles, terwijl een donkere kille dag naar binnen kwam door het venster en zijn lichaam toedekte. Homero Aridjis 1940 Bij de honderdste geboortedag en 22ste sterfdag van Bert Schierbeek
(28 juni 1918 - 9 juni 1996)
|