Immortellen IX
 Boek Piet Paaltjens                                               Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  

    Door de straten der sleutelstad


Student te Leiden
1852-1858

In 1852 vertrok François naar Leiden om theologie te gaan studeren. Hij  betrok een kamer op de Hogewoerd, bij een "gepatenteerd nodiger ter begrafenis" de heer Ewijk. Voor zijn propaedeuse genoot hij de lessen van Bake over Livius en Cicero, van Schrant over Vaderlandse Geschiedenis en stijlleer. van Rutgers over Hebreeuwse Oudheden, van Juynboll over de Semitische talen, van Stuffken over Logica en Metaphysica, van Cobet over Herodotus, Thucydides en Xenophon, van Duzyy over Algemene Geschiedenis.Voor de theologische studie bezocht hij de colleges van professor Scholten, schrijver van "De leer der Hervormde Kerk", professor Kuenen, die colleges gaf over het Oude Testament. Professor J.J. Prins gaf colleges in de uitlegkunde van het Nieuwe Testament en in het praktisch oefenen in het preken en cathechiseren. De professoren Scholten en Kuenen vertegenwoordigden de moderne richting binnen de theologie, waar in de Bijbel aan een kritische beschouwing werd onderworpen.
De jonge Haverschmidt genoot ook met volle teugen van het studentenleven. Tijdens een uitstapje met vrienden naar Haarlem ontmoetten zij in koffiehuis "De Kroon" op de Grote Markt een vreemdeling. François vroeg hem naar zijn naam en kreeg als antwoord "Piet Paaltjens", duidelijk een pseudoniem. Eén van hun herkende de man als een aannemer uit Haarlem. Niet als pseudoniem, maar als eigen naam  staat op 21 februari 1885, 30 jaar later, een advertentie in het "Nieuws van den dag".  "Piet Paaltjens & Co,_Passage Central No.3_ verkoopen parfumeriën en geneesmiddelen te Amsterdam". De naam bestond dus wel echt. In november 1855 stelde Haverschmidt zijn dubbelganger Piet Paaltjens voor aan zijn vrienden.
Veel vriendschapsbanden werden aangeknoopt in het Bierhuis van Vader Müller aan de Breestraat. Hier werd vaak het middagmaal genuttigd, de tafel waaraan ze aten werd "De Leeuwerik"genoemd, omdat de studenten graag onder het zingen van studentenliederen vertrokken, in 't bijzonder:
Mihi est propositum
In taberna mori.
Tot de vriendenclub die elkaar hier ontmoetten, behoorden o.a. Gerard Jan Bernard Henny, Willem van der Kaay(werd lid van de tweede kamer en kantonrechter te Leiden), Martinus Hoek(werd hoogleraar in de sterrenkunde in Utrecht), Eelco Verwijs(lid der Koninklijke Academie van Wetenschappen),A.G. Kok, H.R. van Marle, Jacques Philips, Adrianus en Piet van Wessem, N. J. van Luttervelt, H.M. van Andel, Is. Capadose, J. E. Banck, J. Sluyterman van Loo. In de kring van zijn Friese kameraden hielp hij met de wederoprichting van het genootschap "Frisia". Het eigenaardig kenmerk van deze Leidse studentenclub in de jaren 1853 tot 1859 was, dat zij een letterkundig leven probeerde te leiden, dat zij een studenten-letterkunde te voorschijn riep, juist twintig jaar na de eerste bloei van de studenten-literatuur (1833-1839), toen de "Maskerade", de "Studententypen", de "Camera"(Pieter Stastok,  Hildebrand, William Kegge en Gerrit Witse waren alle studenten) werden geschreven.
De Studentenalmanakken van 1853, 1854, 1855, 1856 en 1857 kunnen het bewijzen,  hoe letterkundig de geest getuigde bij de Leidse Muzenzonen. De almanak van 1856 kwam met een "Bloemlezing uit de Dichterlijke Nalatenschap van Piet Paaltjens".
In de almanak van 1857 kwam "Des Zangers Min" en in die van 1859 "De drie Studentjes". In zijn vijfde studiejaar werd Haverschmidt gekozen tot Quaestor van het Collegium Supremum en in het zesde jaar tot Praeses. In deze laatste betrekking viel hem de eer te beurt de vroeg gestorven kroonprins Willem, die van 1856 tot 1858 in Leiden studeerde, te ontmoeten.
In oktober 1858 legde hij met goed gevolg zijn proponentsexamen af voor het Provinciaal Kerkbestuur in Zuid-Holland in de Kloosterkerk in Den Haag.
In het voorjaar van 1859 volgde zijn beroep voor de gemeente Foudgum en Raard,  vlakbij Dokkum.
 

Bronnen: Fr.Haverschmidt. Auteur Dr. JOHs. Dyserinck
              Uitgeverij H.A.M. Roelants. Schiedam 1908

              Familieboek Haverschmidt samengesteld door A.L. Carstens
              St. Lucas Society  MCMLVI

              François Haverschmidt. Auteur Dr. Jan ten Brink
              Tj van Holkema. Amsterdam 1886

Aanbevolen lectuur: Door de straten der Sleutelstad. Een literaire wandeling
door het Leiden van Piet Paaltjens.Auteur: Peter van Zonneveld.
Uitgeverij: Bas Lubberhuizen.

Oud Leiden In het hoofdstuk Studenten en Burgers, een wandeling door Leiden, anno 1853 staat heel veel
over Piet Paaltjens zijn studententijd met prachtige oude foto's.

Stichting Diogenes Leiden Uit de geschiedenis van Hoogewoerd 63. Piet Paaltjens woonde hier van 1852
tot 1858 op kamers bij de doodbidder Hendrik Johannes Peter Franciscus van Ewijk.

Aan de Klikspaanweg in Leiden staat een standbeeld  van Piet Paaltjens, gezeten op een stoel. Het standbeeld is gemaakt door de in Leeuwarden geboren kunstenaar Auke Hettema  en dateert van 1959. Peter en René van der Krogt hebben een prachtige website, getiteld : Mens en Dier in Steen & Brons over standbeelden in Nederland, dus als U hier even klikt, kunt U het standbeeld bekijken.