Piet
Paaltjens
Dichter-dominee 1835 - 1894
| Heil der Droomen Luikt Morpheus hand my de oogen, Straks vliegt de blanke Venus In myne ontslotene armen; Ik drink met volle teugen De schaal, gevuld met Bachus; Ja,de albeheerscher, Plutus, Ligt knielend aan mijn voeten. ô Minnaars! Dronkaarts! Vrekken! Dat liefde, wyn, en schatten, Naar wensch uw erfdeel blyven! Als my, op 't zachte kussen, In sluimering gezegen, Der droomen zoet slechts streele! ô Minnaars! Dronkaarts! Vrekken! Hoe duur staan u uw vreugden! Al wat de goede hemel Voor kwelling, smart en arbeid, Verdwaasden! u kan schenken, Dat schenkt my groote Morpheus Voor nioet, door 't heil der droomen! O.C.F. Hoffham (1744-1799) Uit: Proeve van Slaapdichten Dimensie, stichting voor leteerkundige en wetenschappelijke uitgaven Leiden 1992 |